Frequently Asked Questions - Medische toepassingen

Soms worden in het ziekenhuis radioactieve stoffen toegediend aan patienten. Dit gebeurt op de afdeling nucleaire geneeskunde. Dit kan zijn om bepaalde problemen, bijvoorbeeld tumoren, zichtbaar te maken, maar ook voor behandeling.
 
Wanneer een patient een radioactieve stof toegediend heeft gekregen, zendt hij zelf straling uit. Die straling wordt langzamerhand minder, omdat de patient de stof uitplast en omdat de radioactiviteit door verval afneemt. De regels zijn zo dat een patient pas het ziekenhuis mag verlaten als het stralingsniveau lager is dan een bepaalde grenswaarde. Op dat moment is het niet gevaarlijk voor omstanders om in de buurt van de persoon te verblijven.
 
Wel wordt aangeraden dat zo'n patient bij voorkeur de eerste dagen bijvoorbeeld alleen slaapt en geen kleine kinderen op schoot neemt. Door dit soort eenvoudige leefregels, die een patient van het ziekenhuis meekrijgt, kun je de blootstelling voor omstanders sterk verlagen: meer afstand betekent minder dosis. Kleine kinderen zijn gevoeliger voor straling, dus daarvoor probeer je blootstelling nog meer te voorkomen.
 
Je kunt dus gerust met kinderen op bezoek gaan, maar ze bij voorkeur niet (lang) bij hun opa op schoot laten zitten.

Röntgenstraling is een vorm van ioniserende (radioactieve) straling en kan dus bij veel of langdurige blootstelling schadelijke gevolgen hebben. De straling van één of twee röntgenfoto’s zal geen risico geven. Als je zoals een tandarts vele honderden foto’s per jaar maakt, is het echter verstandiger niet telkens blootgesteld te worden aan straling als het niet echt nodig is. Vandaar dat de tandarts tijdens het maken van een foto in een andere, afgeschermde ruimte gaat staan.