1.7 Hoe lang blijft een stof radioactief?

 

Een radioactieve stof bevat zoals gezegd instabiele atoomkernen. Tijdens het vervallen van zo'n instabiele atoomkern wordt de straling uitgezonden. Na het verval van één atoomkern, is er dus één instabiele kern minder. Uiteindelijk zal een radioactieve stof door verval dus zichzelf "opruimen". Maar hoe lang blijft een stof nu radioactief?

 

Het aantal instabiele atoomkernen en de kans op verval van die atoomkernen bepaalt de activiteit (het aantal vervallende atoomkernen per seconde, het aantal becquerel) van een radioactieve bron of stof. Hoe groter het aantal vervallende atoomkernen, hoe groter de activiteit van de bron. Maar tegelijkertijd zorgt dit er dus ook voor dat de afname van de radioactieve stof groot is.

 

In een bepaalde tijdsperiode vervalt steeds een gedeelte van de stof. Een heel karakteristieke tijdsperiode die vaak wordt gebruikt om te kunnen rekenen aan radioactieve bronnen is de halveringstijd. De halveringstijd is de tijd waarin de helft van de instabiele kernen is vervallen. En omdat de activiteit van een bron rechtstreeks afhangt van het aantal instabiele atomen, is dus ook na een halveringstijd de helft van de activiteit weg. Elke radioactieve stof heeft zijn eigen karakteristieke halveringstijd.

 

Je kunt dus niet zomaar antwoord geven hoe lang een stof radioactief blijft. Eigenlijk is de radioactiviteit zelfs nooit helemaal weg, het wordt alleen steeds minder en minder. Je kunt alleen zeggen dat het vele halveringstijden duurt voordat de radioactiviteit vrijwel verdwenen is. Voor sommige stoffen is dat binnen een paar seconden, minuten of uren. Voor andere (helaas) duizenden, miljoenen of zelfs miljarden jaren.

 

 

<vorige - volgende>