4.3 Afscherming

 

Een effectieve manier om jezelf en anderen te beschermen tegen straling is de straling afschermen. Je kunt dit doen door een radioactieve bron in een afschermende pot te plaatsen, of door achter een muurtje te gaan staan, of door de straling met schotten en schermen tegen te houden. Belangrijk is dat je de juiste materialen kiest bij elke soort straling.

Wanneer je röntgenstraling en gammastraling wilt tegenhouden, gebruik je zware materialen. Heel bekend zijn de loodschermen en loodschorten die in het ziekenhuis gebruikt worden door artsen en assistenten. Lood is een zwaar materiaal dat goed deze doordringende straling kan verzwakken. De straling helemaal stoppen kan niet, maar het stralingsniveau zo ver laten afnemen dat het ongevaarlijk wordt kan wel. Een ander materiaal dat veel gebruikt wordt is beton. Door bronnen in bunkers met dikke betonnen wanden op te bergen, bescherm je de buitenwereld tegen ongewenste bestraling. De wanden van bestralingsruimtes, bijvoorbeeld voor radiotherapie in ziekenhuizen, zijn ook vaak van dik beton gemaakt, soms tot enkele meters dik.


We hebben het bij de afscherming van röntgen- en gammastraling vaak over de halveringsdikte van een materiaal. Een halveringsdikte is die dikte materiaal die precies de helft van de straling tegen houdt. De halveringsdikte van lood voor de röntgenstraling zoals die voor röntgenfoto’s van de borstkas wordt gebruikt is bijvoorbeeld 0,2 mm. Dit betekent dat een heel dun laagje lood van 0,2 mm dik nog maar de helft van de straling doorlaat. Maak je de loodplaat nu 0,4 mm dik, dan komt er nog maar de helft van de helft doorheen: een kwart dus. Door een laagje lood van 2 mm dik, de dikte van het lood in een loodschort, komt nog maar ½ x ½ x ½ x ½ x ½ x ½ x ½ x ½ x ½ x ½ = 1/1024e deel van de straling heen. De arts die het loodschort draagt, loopt dus daardoor 1000 keer minder risico op gevolgen van stralingsblootstelling dan wanneer hij dat niet zou doen.

Bij andere soorten straling werkt afscherming zelfs nog beter. Straling die bestaat uit kleine geladen deeltjes, alfa- en bètastraling, kun je helemaal tegenhouden. Voor alfastraling is een paar centimeter lucht of een velletje papier al voldoende. Bètastraling kun je het best stoppen met vrij lichte materialen, zoals plastic of aluminium. Vrijwel alle bètastraling uitgezonden door radioactieve bronnen kun je volledig stoppen met ongeveer één centimeter dik plastic. Vaak wordt hier Perspex voor gebruikt: een stevige, helder doorzichtige plastic.
Neutronenstraling, de straling die je vooral hebt bij kernreactoren, scherm je het best af met water. De grote bak met koelwater waarin een kernreactor geplaatst is, is dus meteen de afscherming voor de neutronenstraling.

 

<vorige - volgende>